Ziektes en gebreken |
![]() |
||||
Labrador retriever |
|||||
EntschemaPups kunnen vanaf de leeftijd
van 6 weken geënt worden tegen hondenziekte, parvo en eventueel corona (eerste,
voorlopige enting). Omdat het afweersysteem nog niet volledig is ontwikkeld, biedt deze
pup-enting slechts een voorlopige bescherming tegen deze ziekten. Parvovirus DiarreeDeze uiterst besmettelijke
virusziekte heeft aan het eind van de zeventiger jaren een massale en vernietigende
uitbraak gehad, terwijl de ziekte voor die tijd eigenlijk niet bekend was. Het virus wordt
meestal verspreid via de uitwerpselen van een besmette hond. Ook buiten het lichaam van de
zieke hond is het virus nog lang besmettelijk. Dat maakt het heel moeilijk om besmetting
te voorkomen. Preventie van Parvovirus
diarree KennelhoestKennelhoest (Infectieuze
Tracheobronchitis) is een aandoening, die veroorzaakt kan worden door een aantal virussen
en bacteriën. De ziekte dankt zijn naam aan het feit, dat vooral die honden de ziekte
oplopen, die in de stresssituatie van een kennel zitten, waarbij veel honden vlak bij
elkaar zitten en er voortdurend geblaft wordt. Het meest opvallende symptoom van de ziekte
is het voortdurend hoesten, luidruchtig de keel schrapen en soms slijm opgeven.
Kennelhoest wordt voornamelijk veroorzaakt door een infectie met het Paraïnfluenzavirus,
het Adenovirustype 2, of de bacterie Bordetella bronchoseptica. Preventie van kennelhoest Hondenziekte (de ziekte van Carré)Hondenziekte is een over de gehele wereld voorkomende virusziekte, die zeer besmettelijk is. De ziekte kent vele, uiteenlopende symptomen zoals hoesten en neusuitvloeiing, maar ook blijvend zenuwletsel, waardoor ernstige invaliditeit kan ontstaan. De ziekte kan op alle leeftijden voorkomen. Maar het zijn vooral jonge honden, die acuut ernstig ziek worden en vervolgens aan de ziekte kunnen overlijden. Preventie van hondenziekte LeverziekteHepatitis (Hepatitis Contagiosa Canis) is een besmettelijke virusziekte, die vooral verspreid wordt via de urine van geïnfecteerde honden. De symptomen variëren van lichte koorts tot een ernstige lever ontsteking, waarbij het dier hoge koorts heeft, niets eet en uiteindelijk dood gaat. Soms kunnen de symptomen van besmettelijke leverziekte lijken op die van de Hondenziekte. Vooral bij jonge honden kan de ziekte zeer plotseling de door veroorzaken. Preventie besmettelijke
leverziekte Ziekte van Weil (leptospirose)Leptospirose (o.a. de Ziekte
van Weil) is een verzamelnaam van ziekten, die veroorzaakt worden door leptospiren.
Leptospiren zijn beweeglijke bacteriën, die in staat zijn om via wondjes van het
slijmvlies van neus of mondholte en zelfs via de huid het lichaam binnendringen. Preventie van Leptospirose CoronaCorona is een betrekkelijk
nieuwe ziekte die vaak in samenhang met Parvo wordt genoemd en wordt veroorzaakt door een
virus dat zich in de ontlasting van besmette honden bevindt. Rabiës (hondsdolheid)Hondsdolheid is een ziekte die voorkomt bij alle warmbloedige dieren en die overgebracht kan worden op de mens (zoonose). Het is een dodelijk virus die zich meestal pas meerdere weken na de besmetting openbaart. De besmetting is over het algemeen het gevolg van een beet of een krab van een geïnfecteerd dier. Via zo'n klein wondje verspreidt het virus zich naar de zenuwen en de hersenen. In een later stadium van de ziekte verspreidt het virus zich door het hele lichaam en naar de speekselklieren. Het speeksel is dan vaak weer de bron van infectie voor het volgende slachtoffer. De kat en de hond zijn door hun gedrag en levenswijze een van de dieren die de besmetting kunnen overbrengen op de mens. Vooral in streken waar hondsdolheid voorkomt is het zinvol de katten en honden die buiten komen te vaccineren tegen hondsdolheid. Dit is in het belang van het dier zelf, maar ook in het belang van alle mensen die mogelijk door katten en honden zouden kunnen worden besmet. BabesiosisLangs de Middellandse Zee
bestaat gevaar voor de ziekte Babesiosis. Door de beet van een teek kunnen
ziekteverwekkers in het bloed van de hond komen die de rode bloedlichaampjes vernietigen. LeishmaniaseLeishmaniase wordt
overgebracht door kleine vliegjes. De verschijnselen zijn niet zo alarmerend (verminderde
conditie, lusteloosheid en huidproblemen, soms pas lange tijd na terugkomst) maar daardoor
des te verraderlijker. Het is een ernstige ziekte waar nog veel onderzoek naar moet worden
gedaan. Zo zijn er momenteel nog geen afdoende medicijnen tegen en is een vaccinatie nog
niet mogelijk. Deze aandoening komt voor in de binnenlanden van de aan de Middellandse Zee
grenzende gebieden alsook in Portugal. ArtritisOp de plaats waar twee botten samenkomen, zijn deze bedekt met een laagje schok absorberend kraakbeen. Normaal gesproken is dit kraakbeen zelfherstellend. Het kan echter voorkomen, zeker op wat latere leeftijd, dat dit laagje op bepaalde plekken geheel wegslijt. Het gevolg is dat het onderliggende bot bloot komt te liggen, hetgeen zeer pijnlijk is als er druk op het gewricht wordt uitgeoefend. Op den duur is het gevolg meestal dat er ontstekingen ontstaan aan het bot of aan de omliggende pezen. De meeste Arthritis-gevoelige plekken bij een hond zijn de heupen, de knieën en de rugwervels, maar het probleem kan zich op veel meer plaatsen voordoen. In sommige gevallen (als een blessure) en bij bepaalde rassen (door erfelijke afwijkingen) kan artritis al op jonge leeftijd ontstaan. DysplasieElke hondenbezitter heeft wel eens gehoord van heup-dysplasie of, afgekort, HD. De oorzaak is een erfelijke afwijking, die zorgt voor misvormingen en vergroeiingen van het bot in het gewricht. De bol- en komvorm van het gewricht wordt hierdoor aangetast, evenals een goede vorming van het kraakbeen. Het gewricht zal op den duur niet meer normaal kunnen functioneren en de kans op bijvoorbeeld artritis is groot. Meestal worden de gevolgen van dysplasie pas op latere leeftijd zichtbaar, maar in extreme gevallen kunnen de problemen zich ook al bij jongere dieren manifesteren. EpilepsieEpilepsie of vallende ziekte is een aandoening van de hersenschors die er toe leidt dat de patiënt tijdelijk de controle over een deel van zijn lichaamsfuncties verliest. Bekend zij de toevallen waarbij de hond omvalt, hevige spierkrampen krijgt, schuimbekt en urine of ontlasting laat lopen. Er zijn echter ook mildere vormen van epilepsie. Oorzaken - Zoals gezegd wordt
epilepsie veroorzaakt door een storing in de functie van de hersencellen. De oorzaak van
deze storing kan gelegen zijn in de hersencellen zelf, maar ook allerlei ziekten elders in
het lichaam kunnen de problemen veroorzaken. Voorkomen - Epilepsie komt regelmatig voor bij honden. Sommige rassen zijn duidelijk gevoeliger dan andere (Poedels, Welsh Springer Spaniëls, Duitse Staande zijn voorbeelden), maar het kan bij ieder ras voorkomen. Echte (primaire) epilepsie komt zelden voor bij honden jonger dan acht maanden. Meestal openbaart de ziekte zich tussen het eerste en derde levensjaar. Bij oudere dieren is er vaak een andere oorzaak. Hierbij kan gedacht worden aan bijvoorbeeld hersenbloedingen of gezwellen. Diagnose - Het is voor ons
dierenartsen niet eenvoudig om vast te stellen of een dier epilepsie heeft. De toevallen
duren zo kort dat de patiënt bijna altijd al weer uit de aanval is bijgekomen bij
binnenkomst in de kliniek. Het verhaal van de eigenaar is daarom van groot belang. We
willen graag weten hoe oud het dier is, hoe vaak de aanvallen optreden, hoelang ze duren,
of er ook andere klachten zijn enzovoorts. Een probleem hierbij is dat de aanvallen
meestal komen als het dier in rust is, dus vaak 's nachts. Het is daarom goed mogelijk dat
een dier al meerdere aanvallen gehad heeft voordat het de baas opvalt. Behandeling - Aangezien de
aanvallen maar kort duren en vanzelf verdwijnen is het niet altijd nodig om een epilepsie
patiënt te behandelen. Een vuistregel is dat als het dier niet vaker dan eens per zes
weken een toeval heeft en deze toevallen mild van aard zijn er geen behandeling nodig is. Erfelijkheid - Primaire epilepsie is een aangeboren en waarschijnlijk erfelijk gebrek. Het is dus verstandig om niet te fokken met dieren die er aan lijden. Nierproblemen bij hondenNierproblemen bij de hond op
jonge leeftijd zijn vaak het gevolg van aangeboren afwijkingen van de nieren of urine
afvoerwegen. Een ander oorzaak is de opname van giftige stoffen die de werking van de
nieren ernstig aantasten. Op latere leeftijd kunnen slecht functionerende nieren ontstaan
door regelmatig terugkerende nierontstekingen, nierstenen of ontstekingen elders in het
lichaam (bijvoorbeeld de lever). Gevolgen van nierproblemen Overgewicht bij hondenOvergewicht is het meest
voorkomende probleem dat door verkeerde voeding wordt veroorzaakt. Een hond is te dik als
hij meer dan 20% zwaarder is dan het ideale gewicht. Bij honden met een "juist"
gewicht kan men de ribben goed voelen, maar niet zien. Omdat de verschillende in
lichaamsgewicht tussen de hondenrassen nogal uiteenlopen en voor een leek vaak moeilijk te
schatten zijn, is aan te raden uitsluitend af te gaan op het advies van uw dierenarts. Gevolgen van overgewicht SchurftmijtenSchurftmijten zijn vooral sarcoptes-mijten, die op honden leven maar ook op mensen kunnen overgaan. Deze mijten boren tunnels in de huid van uw dier en leggen daarin hun eitjes. Dit zijn vaak plaatsen als oren, ellebogen en poten. De symptomen van deze schurftmijten zijn heftige jeuk en haarverlies. Voordat dit aangetoond kan worden, dient er een uitvoerig onderzoek van een afkrabsel van de huid worden uitgevoerd. Pas dan kan er door de dierenarts een wasbehandeling met insecticiden worden voorgeschreven. Het is goed te weten dat schurftmijten besmettelijk zijn en dat ze snel kunnen worden overgebracht op een gezonde hond. Anti-loopsheidprikVaak is het ondoenlijk om de
teef gewoon loops te laten worden. Veel dieren hebben er zelf veel last van, zijn onrustig
en uit hun gewone doen. Hun volkomen natuurlijke ongehoorzaamheid en wegloperigheid
tijdens de loopsheid brengt hen vaak in conflict met de eigenaar en kunnen zelfs leiden
tot gevaarlijke verkeerssituaties en ongelukken. In al deze gevallen is het
mogelijk de anti-loopsheidsprik te laten geven. Uw hond hoeft daarvoor niet eerst een keer
loops te zijn geweest. Ze hoeft de eerste loopsheid niet geheel doorlopen te hebben, als
maar wel bekend is op welk moment de eerste loopsheid is begonnen. Schema anti-loopsheidsprikken: Bij het constateren van de
eerste loopsheid is het belangrijk dit door de dierenarts te laten controleren. Als het
dan zeker is dat de hond loops is en die loopsheid niet langer dan een dag bestaat, kan
direct de eerst anti-loopsheidsprik worden gegeven met proligeston. De eerste anti-loopsheidsprik wordt uiterlijk op de eerste dag van de loopsheid gegeven of drie maanden na de tablettenkuur. De tweede prik volgt drie maanden daarna. Tussen de tweede en derde anti-loopsheidsprik zitten vier maanden en dan komen we op het schema van elke vijf maanden. In het begin wordt het schema dus opgebouwd. Bij honden, die al eens loops zijn geweest, kan op elk moment buiten de loopsheid met dit schema worden gestart. Voor zowel MAP als Proligeston geldt dat na het staken van de anti-loopsheidsprikken het behoorlijk lang kan duren voordat de hond weer loops wordt, soms tot anderhalf jaar toe. De anti-loopsheidsprik heeft geen nadelige gevolgen voor eventuele latere nesten. SchijnzwangerschapDe naam
"schijnzwangerschap" is eigelijk niet juist. De Latijnse naam hiervoor is
lactatio abnormalis (abnormale melkproduktie). De hond voelt zich niet zwanger maar denkt
dat ze al een nest met pups heeft. Ze voelt zich dus op en top een moeder. Lichaam en
geest van de teef zijn er helemaal op ingesteld om pups te verzorgen. Wat gebeurt er: de teef krijgt
grotere melkklieren waar inderdaad ook vaak melk uit gemasseerd kan worden of een
vloeistof met een andere kleur, van bruin tot bloedrood toe. Dat is de lichamelijke kant
ervan die overigens niet altijd aanwezig is. Het dier wordt onrustig, ze denkt dat ze pups heeft, maar die zijn er niet. Nestdrang: De teef heeft graafneigingen, trekt zich veilig terug onder een stoel of onder de tafel, in een hoekje van de kamer of ook wel op het bed in de slaapkamer. Ze gaat dus duidelijk op andere plaatsen liggen dan normaal. Slepen met speelgoed, pantoffels, sokken, de gekste dingen. Al die zaken ziet de hond als haar pups. Ook overdreven aandacht voor andere dieren thuis of zelfs kinderen is zo te verklaren. Vaak heeft de teef de neiging dit alles tot het uiterste te verdedigen. Oppassen dus. Agressiever tegenover andere dieren bijvoorbeeld bij het uitlaten maar ook als er mensen op bezoek komen. Vanuit de teef bezien volkomen verklaarbaar. Als de teef wordt benaderd denkt ze dat ze haar denkbeeldige pups moet verdedigen en dat kan wel eens gevaarlijker zijn voor iemand die niet weet wat er aan de hand is. In sommige gevallen kan dit leiden tot moeilijkheden zoals het aanvallen van andere honden en af en toe van nietsvermoedende kinderen of andere bezoekers. Dus voor de zekerheid altijd oppassen met een schijnzwangere teef. Schijnzwangere teven eten meestal minder, in een enkel geval zelfs wat meer. Het lijkt logisch dat ze meer zouden eten omdat ze denken dat ze pups hebben, maar toch is meestal het tegenovergestelde het geval. Mogelijk speelt nervositeit hierbij een rol. Uitlaten is voor schijnzwangere honden meer een kwelling dan een plezier. Ze zijn vaak niet naar buiten te branden omdat ze maar steeds in de buurt van hun "nest" willen blijven. Even snel hun behoefte doen kan nog wel, maar dan weer zo snel mogelijk naar huis. Sommige schijnzwangere teven worden erg aanhankelijk, vragen voortdurend aandacht, willen aangehaald worden of op schoot komen zitten, vaak tot op het irritante af. Een schijnzwangere hond hoeft
niet alle hierboven genoemde symptomen tegelijk te vertonen. De meeste hebben last van
twee of drie van deze verschijnselen. De ernst van de psychische uitingen van de
schijnzwangerschap kan sterk variëren. Soms is de eigen hond helemaal niet meer
herkenbaar: in een korte periode is ze helemaal anders geworden. Het komt regelmatig voor
dat de eigenaar, nier wetende dat de teef schijnzwangere is, zich erg ongerust maakt en
met bange voorgevoelens een bezoek brengt aan de dierenarts. Het is dan een grote
opluchting te horen dat de hond alleen maar schijnzwangere is en lichamelijk niets
mankeert. Wat kunnen we eraan doen:
afleiding geven is zeer belangrijk bij de behandeling van schijnzwangerschap, meer nog dan
de toediening van medicijnen. Laat uw hond op andere tijden en op andere plaatsen uit dan
wanneer en waar ze gewend is uitgelaten te worden of ga eens lekker met haar ravotten. Wat
u zeker niet moet doen is het schijnzwangere gedrag bevestigen door bijvoorbeeld speeltjes
te geven, medelijden te krijgen of agressiviteit te bestraffen. NervositeitHuisdieren moeten zich
aanpassen aan de levensstijl van de mens. Als zo'n levensstijl geleidelijk en binnen
bepaalde grenzen verandert, geeft dit in het algemeen geen bijzondere problemen. De
laatste jaren is de doorsnee levensstijl van de mens echter snel en drastisch gewijzigd.
Vooral bij de hond zien we gedragsafwijkingen door aanpassingsmoeilijkheden, zoals
nervositeit, onrust, schrikachtigheid en angst voor onbekende en harde geluiden. Chronische achterhandslapteChronische achterhandslapte komt veelvuldig voor bij de oudere hond, dat geleidelijk verschijnselen van achterhandslapte zichtbaar worden; vertraagde stelreflexen, soms "overkoot" gaan, "wegzakken" en dergelijke. Daarbij kunnen klachten optreden zoals pijn in de rug, heupen en knieën, door de achterhand 'zakken' (de omvang van de achterhandspieren neemt af), soms onwillekeurig urineverlies, chronische blaasontsteking door onvoldoende blaaslediging. Oorzaken van de achterhandslapte kunnen onder andere spondylose en ruggemergdegeneratie zijn. De behandelingsresultaten zijn bij spondylose over het algemeen beter dan bij ruggemergdegeneratie. Rug- en nekherniaBij een rug- en nekhernia is
er sprake van een vernauwing van de tussenwervelruimte. De kern van de tussenwervelschijf
stulpt daardoor uit naar boven. Bij de rughernia kan dat behalve pijn ook
verlammingsverschijnselen geven door druk op het ruggenmerg. Medicijnen helpen de
plaatselijke vochtophoping en druk op het ruggenmerg te verminderen en beschadigd
zenuwweefsel te genezen.
|