Jachthonden Labrador Retriever

 

STAANDE HONDEN

Engelse staande honden

Pointer
Een specialist voor het staande werk. Bedoeld om veerwild voor te staan. Gebouwd om snel te kunnen galopperen en dit langere tijd vol te houden. Daardoor zijn ze in staat een bijzonder groot terrein af te zoeken. Altijd wit met donkere aftekening, wat hen op grote afstand nog goed zichtbaar maakt. De hoge kophouding en bouw van de neus zijn gericht op het opvangen van verwaaiing. De pointer wordt in ons land weinig gebruikt omdat de velden hier meestal te klein zijn.

Ierse setter
Qua werk gelijk aan de pointer. Dit ras is razend populair geweest bij schoonheidsfokkers en daardoor niet meer op jachteigenschappen gefokt. De oorspronkelijk aanwezige goede jachteigenschappen verdwenen grotendeels, waardoor dit ras een tijdlang niet meer werd gebruikt in ons land. De laatste jaren worden er in ons land weer op jacht geselecteerde Ierse setters gefokt. In de werklijnen ziet men ook veel rood-witte setters.

Engelse setter
Deze setter is net als de Ierse setter door schoonheidsfokkerij veel van zijn jachtaanleg kwijtgeraakt. Naast de typische schoonheidslijnen is er ook een werktype, dat nog wel over de juiste jachtaanleg beschikt. Het is een ruim jagende hond, geschikt voor grote velden. Wordt in ons land op beperkte schaal voor de jacht gebruikt.

Gordon setter
Deze hond is wat minder op snelheid gebouwd dan de andere setters. Daardoor neemt hij minder veld. De Gordon setter wordt in ons land niet veel gebruikt.

 

STAANDE HONDEN

Snelle, ruim jagende continentale honden

Duitse staande korthaar
Deze snelle, ruim jagende Duitse staande is in ons land een populaire jachthond. Met een goede opleiding is deze hond een goede all-round jachthond. Alleen zijn dunne vacht maakt hem minder geschikt voor extra koud waterwerk. Komt voor in effen bruin, bruin-schimmel eventueel met platen.

Duitse staande langhaar
Net als de Korthaar een snelle, ruim jagende hond. Is in ons land zeer geliefd als jachthond. Mede door zijn dichte, beschermende vacht ook na het schot geschikt voor zwaar waterwerk. Hierdoor nog meer all-round dan de Korthaar.
Naast de kleur bruin komt de Langhaar ook voor in de kleur bruin-bont.

Duitse staande draadhaar
Een robuuste jachthond, die een wat langzamer arbeidstempo heeft dan de twee vorige Duitse staande rassen. Maar toch zeer geschikt voor het staande werk. Door zijn harde, dichte beharing bijzonder geschikt voor het werken in dichte dekkingen en voor zwaar waterwerk. Een echte all-round jachthond met een stevig karakter. Heeft dan ook een baas nodig die dat aankan. De Draadhaar is in ons land een veel gebruikte jachthond.

Griffon
De Griffon lijkt in zijn werk veel op de Draadhaar. Het verschil in uiterlijk zit in de meer “wollige” vacht en een sterker behaard hoofd. Het karakter van de Griffon is iets meegaander dan dat van de Draadhaar. Bij de jagers is de Griffon minder bekend en daarom ook minder gebruikt.

Vizsla
Ook wel Hongaarse staande hond genoemd. Een vrij snelle hond met een aanhankelijk, gevoelig karakter. Is een goede apporteur, maar door de zeer dunne vacht niet geschikt voor zwaar waterwerk. De Vizsla heeft altijd de typische goudbruine kleur. Naast de kortharige Vizsla is er ook een draadharige Vizsla, die geschikter is voor koud waterwerk.

Epagneul Breton
Dit kleine Franse hondje jaagt met grote allure, snel en ruim. Is in de eerste plaats een staande hond en vaak in mindere mate een apporteur. Heeft een eigenzinnig karakter en is daardoor niet eenvoudig af te richten. Komt voor in de kleuren rood-bont, zwart-bont en bruin-bont. Wordt in ons land niet bijzonder veel voor de jacht gebruikt.

 

STAANDE HONDEN

Minder snel en minder ruim jagende continentale honden

De Spinone Italiano
Door: Esther Molenaar

De Spinone Italiano is naast de Bracco Italiano waarschijnlijk het oudste jachthondenras van Italië. Was de Spinone in eigen land al meer dan duizend jaar bekend, nu reikt zijn faam ook over de landsgrenzen.
De jagende Spinone vindt zijn plaats in het rijtje van de voorstaande honden die met effectieve snelheid onder het geweer jagen. Vóór het schot als een voorstaande hond en na het schot als apporterende hond. Vergelijken is lastig. Sommigen zeggen: Vergelijk je een Pointer met een Porsche, dan kun je een Spinone als een vierwiel-aangedreven terreinwagen beschouwen. Dat zegt genoeg over de stijl van de jagende Spinone. Vanwege zijn grove zware bouw, dikke huid en ruwharige vacht dendert de Spinone door ieder type terrein. Dichte braamstruiken, ruige rietkanten, ruwe en moeilijk begaanbare hellingen, zeer koud water, het deert de Spinone niet. Rustig werkend komt de hond overal doorheen, schuwt geen dekking en laat geen wild zitten.
Snel is de Spinone niet. Toch is dit ras uitermate effectief. Op grote afstand ruikt de Spinone fazant of patrijs en jaagt daar dan in zijn kenmerkende stijl in goed contact met de voorjager naar toe. Het is juist het gangwerk waardoor de Spinone zich onderscheidt van de andere staande honden. De hond galoppeert eigenlijk zelden maar legt het parcours dravend af. Deze gang wordt ook aangeduid als “trotten”. Bergafwaarts kan de hond wel eens in galop gaan, maar de typische draf is het meest wenselijk. Met een gewicht van 35 tot 40 kilo en een schofthoogte van 70 cm blijkt deze manier van bewegen en jagen het meest effectief.
Werken met de Spinone is plezierig, haast relaxed. Een stabiel karakter, een sterke wil om wild te vinden en te apporteren, schotvastheid en de altijd aanwezige “will to please” maken dat de Spinone in de praktische jacht zeer bruikbaar is. Door het rustige tempo waarin de Spinone zijn opdrachten uitvoert, wordt wild niet snel voorbijgelopen. De Spinone is niet kieskeurig en apporteert zonder moeite haas, eend of vos, en is daarbij bijzonder zacht in de bek. Verder kent het ras geen watervrees en heeft door de ruige dikke vacht niet snel last van de kou.
Men moet niet denken dat een Spinone een gemakkelijk af te richten hond is. Want onder hun haast menselijke uitdrukking zit toch een eigenwijze kop. Maar met voldoende ervaring en met veel tijd kan men een heel eind komen. Deze grote, stoere jachthond verdient een zachte, vriendelijke hand van iemand, die veel geduld in opvoeding en africhting wil steken.

Drentsche Patrijshond
Een product van Nederlandse bodem. Een vriendelijke hond met een meegaand karakter. Niet geschikt voor het afzoeken van grote velden, maar gemaakt voor een kleinschalig landschap. Een betrouwbare apporteur, die door zijn gewillige karakter niet moeilijk af te richten is. Kleur is altijd bruin-wit. Redelijk populair.

Friese stabijhond
Dit meestal zwart bonte Friese ras is qua werk te vergelijken met de Drentse Patrijshond. Helaas worden nog maar weinig Stabij’s voor de jacht gebruikt waardoor de selectie op jachteigenschappen gevaar loopt.

Grote Münsterlander
Zit qua werk ook in de categorie van de Drentse Patrijshond. Omdat de Grote Münsterlander uit Duitsland afkomstig is, is hij wel harder van karakter. Te herkennen aan zijn zwart-witte tekening. Men ziet ze niet erg veel op jacht.

Kleine Münsterlander of Heidewachtel
Het is de kleinste Duitse staande hond en is ook bedoeld voor jachtvelden, met afwisselende, kleine percelen. Ondanks zijn zeer actieve zoekwijze, blijft de Heidewachtel doorgaans onder het geweer. Komt voor in bruin-bont en bruin-schimmel. Is een geliefd jachthondje in ons land.

Weimaraner
Dit opvallende “muisgrijze” ras, jaagt ook kort onder het geweer. Het ras werd vroeger ook “manscherp” gefokt als jachtopzichtershond. Eigenschappen die hij nu nog in zich heeft. Niet bijzonder populair bij jagers.

Epagneul Francais
De Epagneul Francais is een van de oudste staande hondenrassen. Volgens de Fransen ligt de oorsprong bij de beroemde staande hond van Oysel of Espainholz. Daaruit vormde zich het woord Epagneul. Veel schilderijen, wandkleden en prenten tonen de hond zoals hij jaagt. De langharige witte hond met kaneelkleurige platen en vlekjes die het wild, patrijzen, liggend aanwijst. Het woord “esplanir”, dat “gaan liggen” betekent zou de naam Epagneul verklaren. De honden werden gebruikt voor de jacht met het net, waarbij hond en vogels onder het net werden gevangen. Later, toen het geweer gebruikt werd strekte de hond zich en werd hij een voorstaande hond. De Epagneul Francais staat goed voor en apporteert uitstekend. Zwaar en moeilijk terrein heeft zijn voorkeur. De hond is zacht van aard en echt waken is er niet bij. In huis is het een kalme en vriendelijke hond. Zeer gehecht aan baas en gezinsleden mag u hem zien als grote kindervriend. Hij stelt weinig eisen aan verzorging en huisvesting. Vechtlust en dominantie zijn hem vreemd. Uitlaten is ontspanning als de hond tenminste goed is opgevoed. Een Francais wil graag leren en een sterke baas is hem het liefst. Reuen zijn tussen de 55 en 61 cm hoog en teven tussen de 54 en 59 cm.
Secretaris Marlies Kortenhorst (015-3697339).

 

DRIJVENDE HONDEN

Engelse Springer spaniel
Deze vrij grote spaniel is een echte all-round drijfhond. Door zijn snelheid bijzonder geschikt voor het opstoten van fazanten. De Springers zijn zeer goede apporteurs, die ook met het waterwerk geen enkel probleem hebben. Een vol haas kunnen ze wel dragen, maar een Springer is zeker niet de eerste keus op een echte hazenjacht. Een Engelse Springer kan bruin-bont of zwart-bont zijn. Het ras is bijzonder populair bij jagers.

Welsh Springer spaniel
Deze fraai uitziende spaniel is ook meer bekend van de tentoonstellingen dan uit het jachtveld. Toch zijn er nog goed jagende Welsh Springers in ons land aanwezig. Zijn werk is gelijk aan dat van de Engelse Springer. Ze zijn in karakter een stuk zachter, deels ook door minder jachtgerichte fok. De Welsh Springer is altijd rood-wit.

De Engelse Cocker Spaniel
De Engelse Cocker spaniel is de kleinste van de spanielrassen. Door zijn fraaie uiterlijk en handzaam formaat ook erg geliefd als huishond en daarom door de schoonheidsfokkerij niet meer geselecteerd op de jachteigenschappen. De Cocker spaniël is geschikt om zowel op haarwild als op veerwild te jagen, maar zijn specialiteit is de jacht op konijnen. Door zijn grondige zoekwijze zal hij ook het meest vastzittende wild vinden en tot springen dwingen. Een Cocker is geschikt om te apporteren, mits het wild niet te groot is (haas).
De Cocker komt in vrijwel alle kleuren voor. Voor de jacht verdient een hond met veel wit de voorkeur.(veiligheid). In ons land komt steeds meer vraag naar werkende Cockers.

Duitse Brak of Steenbrak
Deze betrekkelijk kleine brak is geschikt voor de jacht op het haas in grote, aaneengesloten bosgebieden. Hij heeft de typische brakkenkleur bruin met witte aftekeningen en een zwarte rug. Door gebrek aan geschikte jachtvelden zeer weinig in gebruik in ons land. De Steenbrak is ook geschikt als zweethond.

 

RETRIEVERS

Labrador retriever
De meest populaire retriever op jacht. Jachtgefokte retrievers hebben van nature de eigenschap om de baas een plezier te doen (will to please). Deze eigenschap maakt ze gemakkelijk af te richten. De labrador is een doorzetter en daardoor bijzonder geschikt voor zwaar waterwerk. Komt voor in de kleuren zwart, geel en chocolade (bruin).

Golden retriever
Het karakter van een Golden is in het algemeen zachter dan dat van de Labrador. Dit kan soms tot uiting komen door wat minder doorzettingsvermogen. De Golden werkt meestal iets “kalmer” dan de Labrador en is door zijn zwaardere vacht iets trager in het zwemmen. Is de meest geliefde huishond in ons land, maar gelukkig zijn er nog voldoende op jacht geselecteerde Goldens. De kleur kan licht – tot donkergoud zijn.

Flatcoated retriever
Dit ras heeft het meeste temperament van alle retrievers. dat maakt dat hij vaak minder rustig op post is. Door dit temperament heeft de Flatcoat meestal wel een goede, actieve zoekwijze. Is minder populair als jachthond dan Labrador en Golden. Komt voor in de kleuren zwart en bruin (lever).

Curly coated retriever
Dit zeer oude ras is gefokt voor de jacht op waterwild in zwaar terrein en onder barre omstandigheden. De Curly heeft een vacht die bestaat uit een massa kleine krullen, die zo dicht aangesloten liggen, dat ze de hond een goede bescherming tegen water geven. Snelheid is bij dit werk niet belangrijk, accuraat werken wel, vandaar dat een Curly zijn werk ook kalm uitvoert. Naast het apporteren had de Curly ook tot taak de jachtopzichter te begeleiden en zijn mannetje te staan tegen stropers.
Hierin onderscheidt de Curly zich van de andere Engelse retrievers. Een Curly is laat volwassen en door zijn sterke eigen wil is het geen gemakkelijke hond om af te richten. Is niet erg populair bij jagers. De kleuren zijn zwart of leverkleurig (bruin)

Cheasapeake Bay retriever
In tegenstelling tot de vier eerder genoemde retrievers, die uit Engeland afkomstig zijn, is de Ches een product van Amerikaanse bodem. Hij heeft dan ook een totaal ander karakter. Dit komt omdat hij niet is gefokt als apporteur voor de drijfjachten, waar sociaal gedrag t.o.v. andere honden een rol speelt. Hij werd in Amerika gebruikt door broodjagers op waterwild. Hij heeft dan ook een enorme waterwil en een groot doorzettingsvermogen. Zijn dichte, vettige beharing maakt dat hij het onder de meest extreme condities niet koud krijgt. Is geschikt voor alle apporteerwerk, maar blinkt uit in waterwerk. De kleur is altijd bruin, waarbij de kleur van dood gras de voorkeur geniet.

Nova Scotia Duck Tolling Retriever
De Nova Scotia Duck Tolling retriever ook wel Toller genoemd, is specifiek gefokt voor het lokken van eenden en het apporteren van geschoten eenden te land en uit het water. Het werk van de Toller speelt zich af rond de grote Canadese meren. De jagers bouwen met behulp van camouflage netten een schuilhut, waarin zij zich aan het zicht van de op het water liggende eenden kunnen onttrekken. Vervolgens gooit men een balletje of een stukje hout in de richting van de waterkant en laat de Toller hierbij gewoon inspringen. De hond moet de bal of de stok terugbrengen in de schuilhut. Door dit een aantal malen te herhalen zal de hond steeds enthousiaster worden wat zich uit in een hoge, snelle beweging van de staart. Doordat de eenden de beweging op de oever dan weer niet en dan weer wèl zien, wordt hun nieuwsgierigheid geprikkeld. Daardoor zwemmen zij in de richting van de bewegende hond en trekken op hun beurt weer andere nieuwsgierige eenden aan. Als zich na een aantal goed uitgevoerde tol’s voldoende eenden hebben verzameld, is het de beurt aan de jagers. De hond zit dan rustig naast de jagers in de hut. Pas als er eenden worden geschoten mag hij weer in actie komen om het wild te apporteren. Een Toller is een natuurlijke apporteur. Over het ontstaan van het ras doen verschillende verhalen de ronde. Algemeen wordt aangenomen dat het Nederlandse Kooikerhondje een rol heeft gespeeld bij het ontstaan van het ras. Waarschijnlijk zijn later kleine collieachtige honden ingekruisd alsmede Chesapaeke Bay retrievers.

 

AARDHONDEN

Ruwharige teckel
Teckels zijn zeer laagbenige brakken. Door deze lage bouw zijn ze geschikt om in holen te gaan. Ze hebben een aangeboren roofwildscherpte en ook het luid- op-spoor van de brak hoort van nature aanwezig te zijn. Is naast het werk op de vossenbouw ook bijzonder geschikt voor het zweetwerk.
Ook wel gebruikt voor het drijven van haarwild en wilde zwijnen. De ruwhaar heeft een wildkleur en heeft een goed beschermende vacht met veel onderwol. Deze teckel is het meest geliefd bij jagers.
Er zijn drie maten: de standaard-, de dwerg- en de kaninchenteckel. Deze laatste is klein genoeg om in een konijnehol te gaan.

Langharige teckel
Doet hetzelfde werk als de ruwhaar, maar heeft een andere vacht. Komt voor in de kleuren rood en rood-zwart.

Kortharige teckel of dashond
Doet ook hetzelfde werk als de andere teckels. Komt voor in de kleuren rood, roodgeel, en zwart met bruine aftekening.

Jack Russell terriër
De Jack Russell kan zowel hoogbenig als laagbenig zijn. De kleur is overwegend wit met geel-bruine of zwarte aftekeningen. Glad- of ruwharig. Ze zijn in Engeland gefokt en daar gebruikt voor het werk op de vos. In ons land erg populair, ook als huishond. Naast het werk als bouwhond ook veel gebruikt voor het drijven van wilde zwijnen.

Duitse Jachterriër
Deze zwart-rode terriër is een combinatie van de Foxterrier en de Welsh terriër. Gefokt op een enorme roofwildscherpte. Kan naast het werk op de bouw ook goed gebruikt worden voor het drijven van wilde zwijnen. Is (gelukkig) geheel in jagershanden en wel voornamelijk bij de grofwildjagers.

 

ZWEETHONDEN

Hannoveraanse zweethond
Dit ras wordt al ruim twee eeuwen gefokt als zweethond voor het werk op aangeschoten roodwild (edelhert). De Hanoveraanse zweethond komt in ons land dan ook alleen voor in jachtvelden waar edelherten worden geschoten. Het is een redelijk grote, compacte hond met een lichtrode tot donker hertrode kleur; ook kan hij zwart gestroomd of gevlamd zijn. Voor zijn werk is veel rust en concentratie nodig. Hij is in staat een ziek hert nog dagen later op zijn zweetspoor te vinden. Zelfs als er een laagje sneeuw overheen gevallen is. Bij het volgen van een zweetspoor wordt altijd aan de lange riem gewerkt.

De Beierse Bergzweethond
Doet hetzelfde werk als de Hannoveraan, maar is wat eleganter van bouw. Dit vanwege zijn werk in het gebergte.

spacer

Leave a reply