Labrador Geschiedenis

De Labrador komt samen met de New Foundlander uit de Canadese streken Labrador en New Foundland.Tegenwoordig is moeilijk vast te stellen welke honden precies tot de voorouders van de huidige hondenrassen mogen worden gerekend. Met grote waarschijnlijkheid stammen beide in ieder geval af van honden die door Europese zeelieden naar deze streken waren meegenomen, aangezien uit onderzoeken en archeologische vondsten is gebleken dat er in deze gebieden nauwelijks honden leefden.

De bewoners in deze streken leefden hoofdzakelijk van de visvangst en jacht.Daar hadden zij twee soorten honden voor die door onderlinge kruisingen steeds meer overeenkomsten vertoonden. De ene soort was groot en zwaar van bouw met een dikke lange vacht en werd vooral gebruikt als trek- en waakhond. Het kleinere soort was wat lichter van bouw met dichte, korte beharing. Dit soort kwam het meeste voor in de havenplaatsen. Ze waten meestal zwart en hielpen de vissers met het slepen van netten en het apporteren van overboord gevallen voorwerpen.

De handel tussen Canada en Engeland werd steeds intensiever en zo kwamen rond 1800 de eerste honden uit New foundland en Labrador naar Engeland.

De Engelse edellieden zagen wel iets in deze honden en kochten ze voor jachtdoeleinden. Met deze honden hadden ze er een die van nature zowel een goede apporteur als uitstekende zwemmer was. Vooral het enthousiasme en gedrevenheid viel hierbij op. De eerste echte fokkers en liefhebbers van de Labrador waren dus de adellijke families. Zij probeerden met veel moeite het ras te verbeteren door kruisingen toe te passen. Andere Labradorfokkers wilden het ras zo zuiver mogelijk houden door middel van strenge selectie. Voor ieder was er echter ייn doel; de optimale gebruikshond van een goed en mooi type.

Rond 1890 fokte hertog van Buccleuch de Labrador zoals wij hem nu kennen. Al hebben de Labradors van nu een iets kortere snuit en zijn ze iets zwaarder gebouwd.

In Nederland komen we in 1874 al retrievers tegen op de hondententoonstellingen van de Hollandsche Maatschappij van Landbouw te Rotterdam en een jaar later te Amsterdam, waar zij werden geplaatst in de groep ‘Engelsche hond voor waterwild’. Op die beide tentoonstellingen verschenen drie honden. Niet bekend is welke kleur en beharing ze hadden.

In November 1909 werden de eerste veldwedstrijden in Nederland gehouden. Deze vonden plaats in de duinen van Zandvoort. Voor deze wedstijden was veel belangstelling.

In 1960 importeerde mevrouw A. Sauer – van der Sluis de twee jaar oude zwarte teef Wendover Meg, die wel als de ‘nieuwe stammoeder’voor de wederopbouw van de Labrador in onze lage landen wordt gezien. Door het uitbreken van de tweede wereldoorlog had de fokkerij een tijd stilgelegen waardoor het aantal Labradors snel verminderde.Pas in de loop van de jaren vijftig kwamen opnieuw Labradors uit Engeland naar het vaste land. In In 1957 behaalde de zwarte reu Billy, als eerste Labrador, de definitieve Nederlandse Kampieonstitel. Wendover Meg werd in 1963 definitief Nederlands Kampioen.

De Labrador werd in de jaren tachtig en negentig evenals de Golden retriever de gezinshond bij uitstek. Maar de toenemende belangstelling heeft ook een keerzijde, omdat de praktijk uitwijst dat een beperkt aantal dekreuen veelvuldig wordt ingezet voor de fok, waarmee de verspreiding van erfelijke eigenschappen- zowel goede als slechte- toeneemt.Bij Labrador retrievers komen aandoeningen voor waarbij erfelijkheid een belangrijke rol speelt. Met heupdysplasie, progressieve retina atrofie en cataract werd door de meeste fokkers al rekening mee gehouden bij het selecteren van fokdieren. Een betrekkelijk niuewe afwijking is elleboogdysplasie. Fokkers moeten zich goed bewust zijn van hun verantwoordelijkheid en moeten steeds meer informatie verzamelen over hun mogelijke fokdieren, voordat een verantwoorde combinatie kan worden gekozen.

 

spacer

Leave a reply