Aanschaf Labrador Pup

laborador pup geel

Vóórdat je een Pup koopt!!!

      Een hond is een hele prettige huisgenoot.
      Je ziet jezelf al helemaal lopen met zo’n prachtige hond die gehoorzaam naast je loopt of waar je lekker mee naar het bos kan gaan.
      Kortom, je besluit om eens op zoek te gaan naar een pup.

Toch heeft de aanschaf van zo’n lief klein hoopje voor en nadelen, zet het eens op een rijtje.

Stel kritische vragen aan jezelf.

  • Een pup is al heel snel geen pup meer en veranderd al snel in een grote losbol met streken.
    Bedenk dat hij wel zo’n 12 jaar volkomen afhankelijk is van uw zorgen.
  • U moet door weer en wind de hond uitlaten en de hond moet daarbij minimaal 1 keer per dag flink de poten kunnen strekken.
  • Heeft u genoeg ruimte voor een Labrador in uw huis? Drie hoog op een kleedje bij de c.v. doet hem geen goed.
  • Heeft u genoeg tijd? Een Labrador kan geen vijf dagen van 8 tot 5 alleen thuis zijn. Een hond met zijn karakter wordt daar doodongelukkig van en zorgt er voor dat hij langzaam wegkwijnt. Kijk kritisch naar uw werktijden en zorg dat er regelmatig iemand bij uw hond is.
  • Maak een kostenplaatje wat betreft onkosten van o.a. goed voer, dierenartskosten, inentingen,pension enz. Met alleen de aanschaf van de hond en zijn spullen bent u er niet!
  • Bedenk dat de Labrador een gemakkelijke vacht heeft maar die wel twee maal per jaar (bij ziekte vaker!) flink verhaard! Eén of twee maal per dag stofzuigen is geen overbodige luxe.
  • Een pup is niet binnen drie weken vakantie opgevoed! Er gaat veel tijd kennis en geduld in zitten. Kunt u dat opbrengen en bent u bereid er eventueel geld aan uit te geven?
  • Neem geen hond voor de kinderen!!! Een Labrador wordt een grote sterke hond die met zijn karakter een consequente opvoeding nodig heeft. Onthoud dat dit altijd onder de verantwoording van volwassenen valt. Een hond om deze redenen kopen loopt gegarandeerd op een teleurstelling uit!U merkt dat er veel tijd, liefde en aandacht in het hebben van een hond gaat zitten. Het moet dan ook een weloverwogen keuze zijn om met aandacht een pup uit te zoeken. Er zijn nog steeds teveel mensen die in een opwelling een hondje kopen en eigenlijk geen benul hebben van waar ze aan beginnen. Ze steken er te weinig tijd in, raken er op uitgekeken en vinden de hond op den duur ‘lastig’.Op een gegeven moment hebben ze er geen zin meer in. Zo’n hond belandt dan weer vaak in het asiel of in de krant ömdat het niet meer ging’.
    Gelukkig zijn er ook een heleboel mensen die zich wel goed realiseren waar ze aan beginnen. Zij hebben dan ook een maatje voor het leven.

Labradors are known to get along with all sorts of dogs . Even small dogs zoals teddybear breeds can be great companions .

  • Verdiep je een beetje in het ras

    Veel toekomstige hond-eigenaren gaan af op het uiterlijk van een hond. Bedenk dat een Labrador een ideale huishond kan zijn maar dat hij in principe veel beweging nodig heeft. Van nature zijn deze honden gefokt om aangeschoten wild naar hun jager te brengen. Het apporteren zit ze dan ook in het bloed, eveneens hun voorliefde voor water. Daarbij komt dan ook zijn vriendelijke karakter en zijn tomeloze energie. U ziet het, hij heeft op zijn tijd wel het nodige verzetje nodig. Er zijn tal van boeken waarin u het nodige over de Labrador kunt lezen. Alleen een beetje suf liggen op een kleedje bij de centrale verwarming doet hem geen goed. U moet dus wel van plan zijn om iets met zijn tomeloze energie te gaan doen. Een goede fokker zal daar bij u naar informeren.

  • Informeer naar hondenscholen/ cursussen.

    De Labrador Retriever is een hele lieve speelse kameraad met een stabiel karakter en een grote wil om het de baas naar de zin te maken. De Labrador is vooral een energieke ondernemende hond. Een fijne metgezel, mits (!) hij goed is opgevoed. Dat is een klus waar veel toekomstige bazen zich in vergissen! Een goede opvoeding bent u verplicht naar de hond en uw omgeving toe. Ook scheelt het veel ergenis. Denk maar aan een opspringende hond als er visite komt, een hond die niet los kan lopen omdat hij de benen neemt, e.d. Of het niet goed alleen kunnen zijn. Zelfs de liefst buurvrouw zijn dan het blaffen en janken op een gegeven moment zat. Bedenk dat het uw hond is en dat uw naaste omgeving niet altijd op hem en zijn overlast zit te wachten.

    Er zijn tal van boeken te koop die u een handreiking kunnen geven bij het opvoeden van uw hond. Nog beter (en leuker) is het volgen van een cursus op een hondenschool. Zij helpen u met goede opvoeding en begeleiden u met eventuele problemen. Het is even een investering, maar bedenk dat u er zijn verdere hondenleven (12 tot 15 jaar!) profijt van heeft. Buiten het feit dat u mensen tegenkomt met dezelfde intresse, is het voor u en uw hond buitengewoon leuk om te doen. Bijna elke school geeft ook speciale puppycursussen. Informeer er eens naar.

  • Aanschaf van producten

    We willen er alles voor doen om de lieve kleine pup een fijn thuis te geven. Ook bij de aanschaf van producten houden we daar rekening mee. Een belangrijk product is voeding. Niet al het hondenvoer is geschikt voor uw pup. Bij de dierenwinkel is een groot scala aan compleet puppyvoeding te vinden. De keus is persoonlijk. Het is niet zo dat het allerduurste product ook het allerbeste voor uw hond is. Dat ligt per hond verschillend. Erg goedkoop voer uit de supermarkt is vaak van slechte kwaliteit. Het bestaat hoofdzakelijk uit vulmiddel en veroorzaakt dan ook aanzienlijk meer hondenpoep. Als u voor een bepaald merk heeft gekozen, informeert u dan eens naar grootverpakkingen van bijvoorbeeld 20 kilo. Deze zijn dan op termijn een stuk goedkoper dan elke week een kleine zak van hetzelfde merk.

    Let op zachte speeltjes voor de hond! Een pup heeft scherpere tandjes dan een volwassen hond. Zacht rubberen speelgoed is dus in de eerste periode zeer gevaarlijk i.v.m. stukbijten en inslikken van kleine delen. Meer geschikt is dan bijvoorbeeld een flostouw oen kauwbotjes. Houd ander speelgoed onder toezicht of gebruik ze om er ‘samen’ mee te spelen, bijvoorbeeld balletjes en piepbeesten.

    Neem in het begin een klein verstelbaar halsbandje. Je hebt ze van zacht gevoerd leer of van sterk nylon. Verstel het op tijd, maar zorg ervoor dat het bandje niet gemakkelijk over het hoofd heen kan schieten.

    Overweeg de aanschaf van een bench (kamerkennel). Voor een pup is dit een veilig onderkomen en als u even niet kunt opletten kunt u hem er veilig in wegzetten. Ook kunt uw pup niet slopen en dat scheelt veel gemopper. Bovendien leert hij wat zijn eigen plaats is. Uw pup zal zich snel op zijn gemak voelen wanneer u hem leert dat de bench prettig is (laat het deurtje in het begin open, geef hem er zijn eten in, snoepjes en zijn favoriete speeltje e.d., voorzichtig opbouwen!) Aangezien een hond in principe zijn eigen nest niet bevuild is het een ideaal middel voor zindelijkheidstraining.

 

spacer
spacer
spacer

Staande Honden

– Engelse staande honden –

Engelse staande honden

 

 

spacer
spacer
spacer

Labrador Geschiedenis

De Labrador komt samen met de New Foundlander uit de Canadese streken Labrador en New Foundland.Tegenwoordig is moeilijk vast te stellen welke honden precies tot de voorouders van de huidige hondenrassen mogen worden gerekend. Met grote waarschijnlijkheid stammen beide in ieder geval af van honden die door Europese zeelieden naar deze streken waren meegenomen, aangezien uit onderzoeken en archeologische vondsten is gebleken dat er in deze gebieden nauwelijks honden leefden.

De bewoners in deze streken leefden hoofdzakelijk van de visvangst en jacht.Daar hadden zij twee soorten honden voor die door onderlinge kruisingen steeds meer overeenkomsten vertoonden. De ene soort was groot en zwaar van bouw met een dikke lange vacht en werd vooral gebruikt als trek- en waakhond. Het kleinere soort was wat lichter van bouw met dichte, korte beharing. Dit soort kwam het meeste voor in de havenplaatsen. Ze waten meestal zwart en hielpen de vissers met het slepen van netten en het apporteren van overboord gevallen voorwerpen.

De handel tussen Canada en Engeland werd steeds intensiever en zo kwamen rond 1800 de eerste honden uit New foundland en Labrador naar Engeland.

De Engelse edellieden zagen wel iets in deze honden en kochten ze voor jachtdoeleinden. Met deze honden hadden ze er een die van nature zowel een goede apporteur als uitstekende zwemmer was. Vooral het enthousiasme en gedrevenheid viel hierbij op. De eerste echte fokkers en liefhebbers van de Labrador waren dus de adellijke families. Zij probeerden met veel moeite het ras te verbeteren door kruisingen toe te passen. Andere Labradorfokkers wilden het ras zo zuiver mogelijk houden door middel van strenge selectie. Voor ieder was er echter ייn doel; de optimale gebruikshond van een goed en mooi type.

Rond 1890 fokte hertog van Buccleuch de Labrador zoals wij hem nu kennen. Al hebben de Labradors van nu een iets kortere snuit en zijn ze iets zwaarder gebouwd.

In Nederland komen we in 1874 al retrievers tegen op de hondententoonstellingen van de Hollandsche Maatschappij van Landbouw te Rotterdam en een jaar later te Amsterdam, waar zij werden geplaatst in de groep ‘Engelsche hond voor waterwild’. Op die beide tentoonstellingen verschenen drie honden. Niet bekend is welke kleur en beharing ze hadden.

In November 1909 werden de eerste veldwedstrijden in Nederland gehouden. Deze vonden plaats in de duinen van Zandvoort. Voor deze wedstijden was veel belangstelling.

In 1960 importeerde mevrouw A. Sauer – van der Sluis de twee jaar oude zwarte teef Wendover Meg, die wel als de ‘nieuwe stammoeder’voor de wederopbouw van de Labrador in onze lage landen wordt gezien. Door het uitbreken van de tweede wereldoorlog had de fokkerij een tijd stilgelegen waardoor het aantal Labradors snel verminderde.Pas in de loop van de jaren vijftig kwamen opnieuw Labradors uit Engeland naar het vaste land. In In 1957 behaalde de zwarte reu Billy, als eerste Labrador, de definitieve Nederlandse Kampieonstitel. Wendover Meg werd in 1963 definitief Nederlands Kampioen.

De Labrador werd in de jaren tachtig en negentig evenals de Golden retriever de gezinshond bij uitstek. Maar de toenemende belangstelling heeft ook een keerzijde, omdat de praktijk uitwijst dat een beperkt aantal dekreuen veelvuldig wordt ingezet voor de fok, waarmee de verspreiding van erfelijke eigenschappen- zowel goede als slechte- toeneemt.Bij Labrador retrievers komen aandoeningen voor waarbij erfelijkheid een belangrijke rol speelt. Met heupdysplasie, progressieve retina atrofie en cataract werd door de meeste fokkers al rekening mee gehouden bij het selecteren van fokdieren. Een betrekkelijk niuewe afwijking is elleboogdysplasie. Fokkers moeten zich goed bewust zijn van hun verantwoordelijkheid en moeten steeds meer informatie verzamelen over hun mogelijke fokdieren, voordat een verantwoorde combinatie kan worden gekozen.

 

spacer

LPC

INLEIDING LPC

Staat voor `los processus coronoïdeus’, vertaald: `los kroonuitsteeksel’. Het bevindt zich aan de binnenkant (mediaal) in het ellebooggewricht. Meestal zien we ook nog een defect in het gewrichtskraakbeen tegenover het defecte kroonuitsteeksel. We noemen dat heel toepasselijk een `kissing lesion’; er wordt namelijk verondersteld, dat een kissing lesion (mede) veroorzaakt wordt door botsingen met het kroonuitsteeksel. We denken echter ook, dat er sprake is van een slechte doorbloeding van het gewrichtskraakbeen, waardoor het gemakkelijker getraumatiseerd raakt; dat noemen we OCD en dat staat voor osteochondrosis dissecans of, vertaald, `kraakbeenverval met loslating van een stukje kraakbeen’.

loose processus coronoïdeus
loose processus coronoïdeus 2

LPC (en kissing lesion) is verreweg de meest voorkomende oorzaak van `elleboogdysplasie’ (ED). Elleboogdysplasie is artrose in het ellebooggewricht.

De oorzaak van LPC is een ongelijke groei tussen spaakbeen en ellepijp tijdens de groeifase. Spaakbeen en ellepijp vormen samen de (holle) bodem respectievelijk de (holle) achterkant van het ellebooggewricht. In die holte past normaliter zeer nauwkeurig het (bolle) uiteinde van de bovenpoot. Als het spaakbeen trager groeit dan de ellepijp ontstaat er een `stoeprandje’ en dat is nou net dat kroonuitsteeksel. In zo’n geval spreken we van een incongruent gewricht.

Omdat ook hier voorkómen altijd beter is dan genezen, is de belangrijkste vraag waardoor ontstaat nu dat verschil in groeisnelheid tussen spaakbeen en ellepijp?

Er zijn verschillende oorzaken aan te wijzen. Allereerst en mogelijk de belangrijkste, een erfelijke voorbeschiktheid voor deze afwijking. Onderzoeken rechtvaardigen, dat fokmaatregelen zeer zinvol kunnen zijn. Maar met verstand; ik kom daar later op terug.

Het ligt voor de hand, dat voeding een belangrijke rol speelt; uitgekiende gehaltes aan eiwit, calcium en fosfor, zullen zeker een positieve bijdrage kunnen leveren aan een goede ontwikkeling van botten en gewrichten; optimale beweging is daarbij ook zeker van belang.

De homeopathie kan een bijdrage leveren ter voorkoming en ter behandeling van LPC/OCD/ED, maar is niet in staat nalatigheden van de fokkerij te repareren.

DIAGNOSE

In principe ontstaat er bij LPC patiënten in het ellebooggewricht tijdens de groei dus eerst een incongruentie in het ellebooggewricht, omdat de ‘puzzel” spaakbeen – ellepijp – bovenarm, zoals ze in het ellebooggewricht bij elkaar komen niet netjes op elkaar aansluiten. In plaats van dat de `condylen’ (ronde uiteinden van de bovenpoot) gladjes draaien in de kom, die gevormd wordt door de uiteinden van spaakbeen en ellepijp, vinden er kleine botsingen plaats, die het ontstane randje (bij LPC het kroon uitsteeksel) doen afbreken. Precies waar het bovenarm deel van het ellebooggewricht botst tegen het kroon uitsteeksel gaat het gewrichtskraakbeen stuk (kissing lesion).

Reeds bij incongruentie in het ellebooggewricht kunnen we problemen verwachten. Vaak zien we dan een wisselende kreupelheid aan één of beide voorpoten, die met name bij overbelasting verergert. Dat kan al ontstaan op de leeftijd van 5 maanden. Er hoeft dan nog geen sprake te zijn van LPC. Zo’n ‘rammelend” gewricht veroorzaakt natuurlijk ook blessures van gewrichtsbanden en gewrichtskapsel. Op de röntgenfoto zien we óf niks, óf tekenen van incongruentie. Een gewricht kan dus toch incongruent zijn, zonder dat we dat kunnen vaststellen op een röntgenfoto. Sterker nog, ook een LPC is in de beginfase niet op een gewone röntgenfoto vast te stellen.

Als het processus coronoïdeus afbreekt en er ook nog een kissing lesion ontstaat wordt de kreupelheid meestal veel erger. De klachten ontstaan dikwijls op de leeftijd van 5 – 9 maanden, soms op oudere leeftijd, bijvoorbeeld 9 – 18 maanden en in een enkel geval pas op 4 – 6 jaar, maar dat zijn echt uitzonderingen.

Naarmate de artrose erger wordt, de botwoekeringen toenemen, is de diagnose op een röntgenfoto steeds eenvoudiger. LPC herkennen we dus op een röntgenfoto niet als zodanig, maar aan de gevolgen, de botwoekeringen ter plaatse. Botwoekeringen ontstaan pas in een later stadium, waardoor we de diagnose vaak pas in een later stadium kunnen stellen. Het is dan ook aan te raden bij twijfel het röntgenonderzoek na 6 – 8 weken te herhalen.

Geleidelijk aan wordt dan ook het ellebooggewricht dikker, vooral door de botwoekeringen. Soms is het gewricht sterk overvuld; er bevindt zich dan een overmaat aan gewrichtsvloeistof in het gewricht. Die overvulling is een teken van chronische irritatie

Het ellebooggewricht is pijnlijk bij strekken en buigen. Vandaar dat een hond met LPC ook met zijn poten gaat maaien, buitenom zwaaien. De patiënt scharniert zijn voorpoten hoofdzakelijk vanuit het schoudergewricht en houdt zijn ellebooggewrichten angstvallig stijf, het liefst tegen de borstkas. In rust zien we ook de typische franse stand.

Het kan gebeuren, dat een patiënt niet kreupel loopt, terwijl de röntgenfoto een dramatisch beeld toont. Andersom is het ook mogelijk, dat een patiënt kreupel loopt, terwijl er weinig of geen afwijkingen zijn te zien. Uit het voorgaande mag blijken, dat dát voor een belangrijk deel komt door de toch nog enigszins gebrekkige (röntgen) diagnostiek. Het komt vaak voor, dat een hond met beiderzijds LPC niet kreupel loopt. Toch verraadt hij vrijwel altijd zijn klachten door het typische maaiende gangwerk aan de voorhand.

Uit diagnostisch oogpunt is arthroscopie het allerbeste hulpmiddel. Het biedt tevens de gelegenheid om chirurgisch in te grijpen. Maar het is nogal ingrijpend als eerste diagnostiek, omdat het gewricht gepenetreerd wordt en dan ook nog onder narcose. Röntgenopnames mits nauwkeurig in diverse richtingen en standen (!!) genomen hebben daarom toch de voorkeur als eerste diagnostische stap.

Met MRI en CT is nog weinig ervaring, maar er zijn aanwijzingen, dat we daarmee een betere diagnose kunnen stellen.

THERAPIE

Fokkerij

Fokmaatregelen hebben zin. Daar is iedereen het over eens. Als er sprake is van een groot probleem binnen een raspopulatie is het verstandig om de zaak goed aan te pakken; met inachtneming van de grote van de populatie en andere zaken zoals raskenmerken, andere gezondheidsproblemen e.d.. Alle klinische lijders en verdachte dragers moeten voor de fokkerij worden uitgesloten.

Rassen waarbij wij vaker LPC zien zijn bijvoorbeeld: Berner Sennenhond, Labrador Retriever, Rottweiler, New Foundlander, Mastiff, Golden Retriever, Bordeaux Dog.

Maar incidenteel zien we de afwijking ook bij andere rassen. Zelfs tot mijn grote verbazing bij de Stabij en de Wetterhoun. Gelukkig heel sporadisch; volgens de meest recente registratie maximaal 1% van de totale populatie.

Bij rassen waarbij het incidenteel voorkomt zijn ingrijpende fokmaatregelen voorbarig; in elk geval moeten in die populaties klinische lijders uit de fokkerij worden geweerd; een uitgebreide röntgenologische screening van jonge aspirant fokdieren zou niet op zijn plaats zijn en zou zelfs heel negatief voor een ras uit kunnen pakken. Het is wel zaak alert te blijven en de incidentie te blijven registreren. Dat geldt trouwens voor alle ziekten.

Voeding

Wij adviseren bij de middelgrote en grote rassen zo snel mogelijk over te gaan van pup voeding naar volwassen voeding. Dat kan al op de leeftijd van 3 maanden. Het streven is om de jonge hond gelijkmatig in gewicht te laten toenemen en te voorkómen, dat hij te snel en onevenredig groeit. Een niet te hoog percentage eiwit en uitgekiende gehaltes aan calcium en fosfor zijn daarbij van groot belang (zie Vet-Concept)

Als voedingssupplement adviseren wij vanaf de leeftijd van 3 maanden tot circa 1 jaar Canzocal+BMP. Hierin zit hydroxyapatiet, dat calcium en fosfor bevat in de juiste verhouding en met een goede opneembaarheid. We hopen hiermee een goede botontwikkeling te kunnen bewerkstelligen en dan tevens een probleem in het ellebooggewricht te kunnen voorkómen. Cosequin, waarin glucosamine en chondroitinesulfaat zitten, moet pas gegeven worden als er echt gewrichtsproblemen zijn.

Homeopathie

Constitutie middelen zijn geïndiceerd vanaf jonge leeftijd; op 0 – 12 weken te beginnen en zeker te continueren tot de leeftijd van 1 jaar. Zie: Voedingssupplementen en homeopathie bij bot- en gewrichtsproblemen (hond)

In het geval van alleen een weke delen probleem, zoals dat het geval is bij incongruentie, dus alleen een probleem van gewrichtsbanden en gewrichtskapsel, is MacSamuel Beweging gedurende 3 – 6 weken de beste keuze. Als er artrose is ontstaan wordt het middel MacSamuel Gewricht A succesvol toegepast.

geopereerd

Chirurgie

Als er sprake is van LPC en kissing lesion kan een operatie geïndiceerd zijn om de losse stukjes te verwijderen. We moeten in die gevallen er zeker van zijn dat de diagnose klopt en de hond er echt last van heeft. Dat is niet altijd goed te zien als er sprake is van een beiderzijdse LPC. We moeten ons realiseren, dat we zelf alleen al door een chirurgische ingreep in een jong gewricht voor artrose zorgen. De voorkeur gaat uit naar arthroscopie boven een volledige chirurgische ingreep en dan nog het liefst door een dierenarts met ervaring. In alle gevallen, ook na een operatie ontwikkelt zich op den duur meer of minder artrose. Daarom is een preventieve aanpak gewenst.

Beweging

Rust roest! Wekenlang rust geven, slechts korte rondes maken aan de lijn is in onze optiek een verkeerd advies voor een jonge hond. Helaas wordt dat toch vaak aangeraden. Nog even los van het feit hoe een jonge hond mentaal daarop reageert (denk aan speelse Boxers en Labradors), gewrichten, spieren en botten ontwikkelen zich bij de gratie van adequate beweging. Alleen in het geval van losse stukjes bot of kraakbeen in het gewricht, of de eerste 10 dagen na en operatie is het begrijpelijk, dat we rust voorschrijven. Maar verder is het de bedoeling, dat de hond zo snel mogelijk weer volop beweegt. Bewegen met verstand; 3 x daags 30 – 60 minuten rechtlijnige beweging. Dus niet die wilde spelletjes met andere honden of een bal.

spacer

Heupdysplasie Achterhandproblemen

Inleiding

Honden met achterhandproblemen; we zien ze vaak. Al gauw wordt gedacht aan heupdysplasie. Maar er zijn méér oorzaken van achterhandproblemen. En daar willen wij u graag meer over vertellen. Het vaststellen van de juiste oorzaak van een achterhandprobleem stelt ons in staat om de juiste behandeling te geven. En we weten met een goede diagnose ook meer over wat ons te wachten staat, hoe de prognose is.

Er zijn veel behandelingsmogelijkheden: pijnstillers, aangepaste voeding, voedingssupple-menten, trainingsprogramma’s, chirurgie, homeopathische middelen, acupunctuur enz. Homeopathische middelen scoren hoog bij de behandeling van achterhandproblemen en verdienen dikwijls de voorkeur boven de gebruikelijke pijnstillers. Homeopathische middelen hebben niet de bijwerkingen zoals we die kennen van pijnstillers. Maar homeopathie kan de chirurgie niet vervangen, wel vaak aanvullen.

Wij willen u enigszins wegwijs maken in de achterhandproblematiek bij de hond en van de meest bekende oorzaken van achterhandproblemen de klachten, het röntgenbeeld en de behandeling, waaraan wij de voorkeur geven, bespreken. De volgende achterhandproblemen komen aan de orde:

  • Heupdysplasie
  • Spondylose
  • Degeneratie van het ruggenmerg
  • Cauda equina syndroom
  • Hernia
  • Voorste kruisband ruptuur, Defecte meniscus, Knie arthrose

 

Niet zelden vinden we een combinatie van oorzaken. Regelmatig zien we ook een combinatie van achterhand en voorhand problemen. Dat maakt de zaak erg complex. En dan moeten we bekijken wat is oorzaak en wat gevolg, wat is hoofdoorzaak van de klachten en wat bijzaak.

Heupdysplasie Klachten

Kreupelheid aan 1 of 2 achterpoten. De kreupelheid is erger bij beginnende beweging en verdwijnt (meestal 100%) bij voortgezette beweging. Overbelasting geeft een verergering van deze zogenoemde startproblemen. Natte kou verergert ook de klachten. Vaak zien we een nauwe stand en een nauw gangwerk van de achterpoten, steile stand, koehakkigheid en telgang. Op de lange duur kan er sprake zijn van een constante kreupelheid.

Röntgenbeeld

Normal_canine_hips

Bekkenkanteling_heupdysplasie_hond

Normaal Heupdysplasie

De heupkop (C) sluit onvoldoende in de kom (A). Door de speling in het gewricht ontstaat pijn en op den duur wordt dat nog eens verergerd door botwoekeringen rond het gewricht. Op de `normale’ röntgenopname zien we toch beginnende arthrose.

Behandeling

De behandeling is afhankelijk van de ernst van de afwijking. Opvallend is, dat een hond met ernstig afwijkende heupen soms helemaal goed loopt, en een hond met nauwelijks afwijkingen kreupel.

En vroege start met een homeopathische behandeling en voedingssupplementen, naast training en gewichtscontrole, kan veel narigheid voorkomen In de meeste gevallen kiezen we voor de homeopathische behandeling met MacSamuel Gewricht D.

Spondylose Klachten

Stijfheid in de achterhand / rug. Er is niet echt sprake van gillende pijn. Moeilijk overeind komen, moeilijk gaan liggen (draaien en kreunen). Mager worden (atrofie) van de bilspieren en krassen met de achterpoot nagels over de grond (slepen). Het hollen van de rug wordt lastiger: de hond kan slecht in de auto springen of de trap oplopen. Beweging verbetert wel de klachten. Combinaties met heupdysplasie en knie arthrose komen regelmatig voor. Spondylose kan op alle plekken van de wervelkolom voorkomen, dus ook in de nek en kan dan oorzaak zijn van een kreupele voorpoot. Spondylose kan in enkele gevallen oorzaak zijn van een chronische steeds weer terugkerende blaasontsteking, onwillekeurig urineverlies en verergering van al bestaande klachten t.g.v. heupdysplasie.

Röntgenbeeld

Spondyl normal Spondylose
Normaal Spondylose

We zien hier normale lenden wervels (N) zonder de bekende spondylose bruggen en wervels met de typische spondylose bruggen (S).

Behandeling

Spondylose laat zich zeer goed behandelen met MacSamuel Wervel S.

Degeneratie van het ruggenmerg


Klachten

Degeneratieve myelopathie (DMP), zoals we dat noemen, komt met name voor bij oudere / oude honden. Geleidelijk aan wordt de achterhand steeds slapper. Er is helemaal geen sprake van pijn (!), alleen maar van slapte. Het proces verloopt over maanden, soms wel over een jaar tot anderhalf jaar. We zien het vaker bij Duitse herders. Op de röntgenfoto zien we meestal geen enkele afwijking. We moeten er rekening mee houden, dat bij een oudere hond met bijvoorbeeld spondylose er `stiekem’ (omdat we het niet zichtbaar kunnen maken op de röntgenfoto) toch ook nog een degeneratie van het ruggenmerg bij kan spelen. Het is belangrijk om zich dat te realiseren, omdat DMP een slechte, spondylose een redelijk goede prognose heeft.

Behandeling
In de gewone diergeneeskunde kunnen we nog pogingen ondernemen met vitamine B en anabole steroïden. De resultaten zijn teleurstellend. In de homeopathie kunnen we nog middelen proberen als Ginkgo biloba OER, Natrium muriaticum D12, Strychninum nitricum D6. Maar de resultaten zijn ook hiervan niet geweldig.

Cauda equina syndroom


Klachten

Pijn. Deze manifesteert zich als plotseling piepen of gillen, bij verkeerde bewegingen, zoals een gekke sprong of een botsing met een andere hond. Vaak blijft het bij deze incidenten en functioneert de hond verder volledig normaal. Er zijn er zelfs die gewoon behendigheid blijven doen. Soms merkt de eigenaar zelf al op, dat de hond gevoelig is in de lage onderrug bij borstelen of lichte druk ter plekke. In een aantal gevallen zien we een kreupelheid aan de linker of rechter achterpoot. Soms wisselend links – rechts, of slapte in beide achterpoten. We vinden in dergelijke gevallen niets aan de poot of poten zelf. Mogelijk alleen wat minder kracht. Het gaat hier om een lichte verlamming of mogelijk een doof gevoel in de achterpo(o)t(en). Deze toestand is waarschijnlijk te vergelijken met ischias bij de mens. Slapte in de achterhand trekt ook een wissel op heupen en knieën.

Röntgenbeeld

Cauda equina normal Cauda equina
Normaal Cauda equina

Cauda equina is Latijn voor paardenstaart. Zo noemen we het laatste deel van het ruggenmerg, dat via de laatste lendenwervels en het heiligbeen in de staartwervels loopt. Die bundel zenuwuiteinden lijkt op een paardenstaart. Vandaar. Er is sprake van instabiliteit tussen de laatste lendenwervel (L) en het heiligbeen (H). Daardoor ontstaat een niveauverschil, trapvorming (T), tussen de genoemde wervels kan het ruggenmerg (R) klem komen te zitten. Soms zien we, dat het wervelkanaal ter hoogte van het heiligbeen vernauwd is; we spreken dan van stenose (S).

Behandeling

In eerste instantie homeopathie. Beproefde middel is Gnaphalium Pentarkan, een humaan homeopathisch middel voor mensen, dat gegeven wordt aan ischias patiënten. Soms kunnen we echt niet buiten pijnstillers, of moeten we uiteindelijk toch besluiten tot chirurgie.

Hernia

Klachten
Acute pijn met of zonder verlammingsverschijnselen in de achterhand, als de hernia in het lenden gebied zit. Zie: Hernia

Röntgenbeeld

Röntgenbeeld normal Inguinal_Hernia
Normaal Hernia

Bij een hernia puilt het weefsel, dat normaliter tussen de wervels zit naar boven en drukt tegen het ruggenmerg aan. Dat weefsel, bestaat in feite uit weefselresten, bloed en vocht. Soms geeft een gewone röntgenfoto geen duidelijkheid en hebben we een röntgenfoto met contrastvloeistof nodig of een scan.

Behandeling Zie: Hernia (1)

Voorste kruisband ruptuur Klachten Kreupelheid aan een achterpoot. Bij staan ontlasten van de poot en met de tenen de grond aantippen (tip-toe). Bij onderzoek blijkt het kniegewricht verdikt en boven en onderbeen in horizontale richting ten opzichte van elkaar te verschuiven (schubladen fenomeen). In zo’n gewricht waarin speling zit ontwikkelt zich in de loop van de tijd arthrose en is er kans op scheuren van de meniscus. Door overbelasting van de andere poot is er kans op ook een ruptuur van de voorste kruisband van de andere poot.

Röntgenbeeld

kruisband-normal Kruisband
Normaal Kruisband

Het bovenbeen (F) kan verschuiven in horizontale richting t.o.v. het onderbeen (T).

Behandeling

In vrijwel alle gevallen is operatief ingrijpen noodzakelijk. Eventuele arthrose kan goed behandeld worden met homeopathie en voedings-supplementen

spacer

Arthrose

 

Gewrichtsontsteking

Arthrose is een chronische ontsteking van een gewricht, waarbij botwoekeringen ontstaan. Het is een steriele ontsteking; er is dus geen sprake van een infectie. Een dergelijke chronische irritatie kan ontstaan door bijvoorbeeld groeistoornissen, defecten in het gewricht of langdurige overbelasting. Sommige rassen zijn er gevoeliger voor dan andere. We zien het vooral bij oudere honden, maar helaas ook al (te) regelmatig op zeer jonge leeftijd. Arthrose kan de oorzaak zijn van kreupelheid.

Fokkerij

Als er sprake is van een rasprobleem zijn zorgvuldig uitgekiende fokmaatregelen natuurlijk “behandeling” nummer 1. Zorgvuldig uitgekiend! We moeten voorkomen, dat we het ene probleem eruit fokken en tegelijkertijd een ander probleem ervoor terug krijgen.

Operatie

In veel gevallen van gewrichtsdefecten en groeistoornissen is een operatieve ingreep noodzakelijk. Niet alleen om de kreupelheid voor het moment op te lossen, maar vooral om (verdere) ontwikkeling van de arthrose te voorkomen.

Maatwerk

Wel of niet opereren, maar ook de keuze van het best passende medicijn, is een kwestie van het tegen elkaar afwegen van een reeks van factoren. Die zijn o.a. noodzaak van de behandeling en alternatieven, te verwachten resultaten, kosten en veiligheid. Hoe belastend is een operatie of wat zijn de bijwerkingen van de medicijnen? Een enorme speling in het kniegewricht t.g.v. van een acute kruisbandruptuur met geopereerd worden. En hond met gillende pijn moet een pijnstiller hebben; het profijt van de pijnstiller weegt even op tegen de bijwerkingen! Voor arthrose met veel botwoekeringen, die al jaren bestaat, zeker als die ook nog in het hakgewricht zit is een operatieve ingreep absolute onzin. En is een bekkenkanteling van een hond die weliswaar wat speling in zijn heupgewrichten heeft, maar verder uitstekend loopt wel een terechte investering? Ieder eigenaar wil het beste voor zijn hond, wil graag ? 6.000,– betalen, maar kan dat bedrag lang niet altijd ophoesten. Opvallend is dat de mate van kreupelheid niet direct af te lijden is aan de ernst van de afwijkingen op de rntgenfoto. Zo kan het gebeuren dat een hond met veel botwoekeringen rond het gewricht volkomen normaal loopt en probleemloos oud wordt. Een andere hond met beginnende arthrose kan daarentegen dramatisch kreupel lopen. Kortom, iedere arthrose patint moet een behandeling op maat hebben.

Gevorderde stadia

Fokkerij, maar in feite voor een belangrijk deel ook de chirurgie zijn preventieve maatregelen. Voor verder gevorderde stadia is er nog een aantal andere zeer effectieve behandelmethoden. We hebben de reguliere ontstekingsremmers als pijnstillers, voedingssuplementen, homeopathie, fysiotherapie en acupunctuur.

Gewicht en beweging

Maar voordat we daaraan beginnen zijn er nog 2 belangrijk stappen te nemen. Optimalisering van het lichaamsgewicht. De hond mag niet te dik zijn, maar ook niet te mager. Teveel vet betekent een overbelasting van de gewrichten. Te weinig spieren betekent onvoldoende ondersteuning van het gewricht. De tweede stap is optimalisering van de hoeveelheid en de kwaliteit van de beweging. Rust roest! Teveel “gekke” bewegingen betekent overbelasting van de gewrichten. Neem deze maatregelen serieus en maak samen met uw dierenarts een plannetje.

Pijnstillers

Als ontstekingsremmers / pijnstillers kennen we de NSAID’s (NonSteroidal Anti-Inflammatory Drugs). Bekende namen zijn Metacam en Rimadyl. Daarnaast hebben we nog de sterode ontstekingsremmers / pijnstillers, de corticosteroden, o.a. bekend onder namen als prednison en dexamethason. Algemeen is het gevaar van pijnstillers, dat de hond zichzelf forceert. NSAID’s kunnen op den duur het maagslijmvlies ernstig beschadigen. Het is dan ook verstandig om dergelijke middelen altijd na of samen met het eten te geven. Tijdens operaties is ons meermalen gebleken, dat bij honden die dergelijke middelen krijgen toegediend de bloedstolling een stuk slechter is. En dat is lastig als je het overzicht tijdens een operatie moet behouden. “Cortico’s” kunnen bij langdurige toediening ernstige storingen van de hormoonhuishouding veroorzaken. Honger, dorst en dik worden als gevolg van deze middelen moeten zonder twijfel geen pretje zijn. Bovendien onderdrukken deze middelen de weerstand van de patint. Benadrukt moet worden dat een combinatie van NSAID’s en corticosteroden niet kan, omdat daardoor de neveneffecten erger worden.

Voedingssupplementen

Het spreekt voor zich dat de voeding goed moet zijn met het oog op het lichaamsgewicht en de lichaamsfuncties. Extra voedingssupplementen kunnen in deze behulpzaam zijn. De wetenschap zet echter nog wat vraagtekens bij het nut van deze middelen. Een recent uitgevoerd praktijkonderzoek bij duizenden honden in de VS heeft inmiddels wel uitgewezen, dat voedingssupplementen een waardevolle bijdrage kunnen leveren. Het gaat hier om producten met mosselextracten, essentile vetzuren, kruiden, mineralen, sporenelementen en vitaminen. Er is een groot aanbod van verschillende preparaten, waarvan de kwaliteit niet altijd even duidelijk is. Daarbij zijn veel van dergelijke preparaten prijzig. Laat uw dierenarts u hierbij adviseren.

Homeopathie

Op grond van mijn ruime ervaring durf ik rustig te stellen, dat arthrose patienten een uitstekende kans hebben met homeopathie. Twee zaken zijn daarbij van belang en niet los van elkaar te zien: Een goede diagnose en “extra” symptomen. De diagnose wordt gesteld op basis van de klinische symptomen en een rntgenfoto. Dus niet alleen op basis van een rntgenfoto! Een “extra” symptoom is bijvoorbeeld een kreupelheid, die ‘s morgens erger is. Ik noem hier 4 bekende combinaties van middelen: MacSamuel Gewricht D

  • Arthrose, meestal HD
  • Startproblemen
  • 100% beter door beweging
  • ‘s Morgens erger
  • Erger door nat, koud weer

MacSamuel Gewricht A

  • Arthrose, meestal ED, OCD
  • Startproblemen
  • Niet 100% beter door beweging
  • In de loop van de dag erger

MacSamuel Wervel S

  • Arthrose, meestal Spondylose (+HD)
  • Kreunen bij opstaan en gaan liggen
  • Erger door rug hollen
  • Lichte achterhandslapte
  • Atrofie achterhandmusculatuur

MacSamuel Bot tonicum
Een eenvoudig middel bij botwoekeringen, dat als ondersteuning van de andere 3 middelen kan dienen

Samengesteld

Samengestelde homeopathische middelen staan nog al eens ter discussie. Kenmerken van genoemde combinaties zijn echter: kleine complexen met weinig middelen, geen middelen die elkaar niet verdragen en, heel belangrijk, jarenlang als eenheid in de praktijk beproefd.

Fysiotherapie en acupunctuur

Meer en meer blijkt, dat ook de fysiotherapie en acupunctuur veel kunnen betekenen voor arthrose patienten. Goed opgeleide mensen hebben inmiddels veel ervaring ermee opgedaan en kennen inmiddels de reele mogelijkheden.

Slot

De wereld van de arthrose houdt dus niet op bij het pilletje en het scalpel.

spacer